Fasen van Domloosheid
Posted in Verslagen by: bechirahIn rap tempo ben ik de fasen aan het doorlopen die onvermijdelijk volgen op het ‘geen D/s meer hebben’.
Het begon met verdriet. Het wijzigen van de msn-naam, het aanpassen van de profielen hier en daar. En vooral veel tranen. Na een paar dagen huilen ben je alleen zo ver uitgedroogd, dat je automatisch naar de volgende fase switcht.
Dus, met af en toe nog wat droge snikken, ging ik de ‘er is niets aan de hand, alles is oké’-fase in. Met een stalen gezicht heb ik de meeste van m’n examens erdoor geknald.
Toen de rust van het weekend kwam, vloog ik weer door. Van vrijdagavond tot maandagmiddag heb ik heen en weer gesprongen tussen ‘van de muren stuiteren’ en ‘ik voel niets… ik kan geen sub meer zijn.’
Ik vroeg of Kadima misschien nog eens met me zou willen spelen, omdat ik gek werd. Hij kent me, weet hoe ik reageer. Hij beloofde dat dat zou gebeuren - maar na m’n examens. Een redelijke eis.
Maar het weekend was nog niet over. Op msn was een meisje aan het kloten, en opeens was ik SuperDomme. Terwijl ik geen dominant botje in m’n lijf heb, en zelfs m’n hond me uitlacht als ik ‘AF!’ roep.
Ondertussen, in andere gesprekken, kreeg ik Doms (die dachten het nu vrijgezellg meisje wel even onder de indruk te lullen) tot het randje van wanhoop met scherpe, bijdehandte opmerkingen.
Als onvermijdelijk hoogtepunt van deze fase een kleinig conflictje met Kadima, zondagavond.
Dus, maandagmiddag met lood in de schoenen uitpraten. Over wat het nu eigenlijk betekent als een D/s over is. Over dat het nu niet meer mogelijk is mij iets te verbieden. Over dat ik nu m’n eigen fouten moet maken. Over dat ik gek wordt zonder dat gevoel. Incompleet ben. Dat ik niet wil spelen met een vreemde, maar voorlopig ook niets serieus wil. Hoe verwarrend het allemaal is.
’s Avonds belde Kadima - dat hij me op kwam halen. Op de achterbank stond een tas. ij had ’s middags gemerkt dat ik het écht nodig had, even loslaten. Hij dacht dat het niet nog een week kon wachten.
In het bos bond hij m’n polsen. Op ons plekje, op een rode deken tussen de vochtige bomen. Zijn vingers streelden en striemden m’n wangen. Z’n handen aaiden door m’n haren, trokken eraan. Lieten me weer voelen. Binnen een paar minuten was ik weg, want hij wéét welke woorden harder aankomen dan welk naar hulpmiddel hij ook in z’n koffer heeft zitten. Hij hield me vast en ik mocht tegen hem aan huilen. Kroelde me. Even was ik weer klein en kwetsbaar, en alle stuiter-energie vloeide weg. Kroop helemaal tegen hem aan, want hij voelde nogsteeds als Meester - als de Meester die ik zo gemist heb de afgelopen weken.
Een D/s kan het niet worden. Maar hij blijft, voorlopig, wel degene waar ik mee speel. Ik zal meer nodig hebben. Iemand die steeds op me let en me terug fluit. Nu ben ik er nog even niet klaar voor. Ik moet nog even herstellen.
Die laatste fase - het herstellen, het stukjes bij elkaar rapen en de moed vinden om verder te gaan - ik denk dat ik niet zo snel door die fase heenkom.