Aan ons allebei

Posted in Leven  by: kaia
April 30th, 2010

Ik lig overdwars op bed, met mijn hoofd op je borst. Ik kijk je aan en de tranen lopen over m’n wangen.

“Ik heb gewoon het idee dat iedere keer als ik iets vind dat werkt, je daarna op iets heel anders gaat reageren. Ik kan er geen touw aan vastknopen,” mompel je gefrustreerd.

“Ja, nee, dat is wel zo. Maar je kunt toch niet verwachten dat ik in al m’n buien, in alle situaties, op dezelfde aanpak reageer?”

“Nee, nee dat is ook wel zo.”

“Dus misschien is het meer iets van de juiste aanpak bij het juiste moment zoeken?”

“Misschien. Ik ben gewoon zo bang dat het aan mij ligt.”

“Dat is onzin.”

Verontwaardigd haal je je neus op. “En waarom is dat onzin dan, kleine kaia?”

“Omdat het nooit aan één iemand ligt. We zijn met z’n tweeën, dus dan ligt het aan ons allebei.”

“Misschien ligt het wel aan jou.”

Ik zucht. “Misschien wel ja.” Mijn grootste angst.

“Wat is dat nou weer voor onzin?”

“Heh?”

“Nou, we zijn toch met z’n tweeën?”

Je knipoogt. Eikel! Je hebt m’n handen al vast voor ik iets kan doen. Ik grom naar je en je lacht. Heerlijke lach! Ik lach ook, we liggen tegen elkaar aan en lachen samen.

“Hup, kaia, ga even koffie inschenken.”

“Pff, kan jij niet gaan?”

“Ik doe het volgende rondje. Hup hup, opschieten meisje!”

Mopperend sta ik op. Als ik je je mok aangeef, heb ik de melk en suiker al door de koffie geroerd. Als we er niet mee bezig zijn, gaat het zo vanzelfsprekend :)

De Vlam

Posted in Overgave  by: kaia
April 5th, 2010

In mij brand een vlam.

Hoe graag ik het ook niet wil voelen, en hoe vaak ik de vlam ook doof, iets in mijn binnenste blijft smeulen. Een tinteling, een warmte, een knagende belofte.

Een vonk, nieuw vuur.
De vlam hoort bij mij.

Het is koud, mijn handen trillen, maar mijn hart staat in brand. Het vuur is opgelaaid.
Jouw hand ligt over mijn mond. Mijn hoofd achterover, een hand in m’n haar.
Mijn knieën klappen dubbel. Ik kan niet rechtop blijven staan. Ik kan niet, ik wil niet, ik weet niet hoe ik hier mee om moet gaan.
Snel blaas ik de vlam uit.

Ik voel me een prooi. Je cirkelt om mijn vlam heen als een roofdier en port het vuur op. Als droge takke schiet mijn lijf in brand. Alles gaat snel en sneller en ongecontroleerd en ik wil dat het doorgaat maar ik moet het stoppen. Oh, hemel, ik weet niet hoe.

Hoe moet je je laten verslinden?
Hoe kun je je overgeven aan het vuur?
Hoe weet je wat er, achteraf, overblijft?
Hoe lang brand ik, voordat ik opgebrand ben?

In mij brand een vlam.
Een vlam die me langzaam verslindt.
Een vlam die ik niet kan doven.

Ik ben zo bang voor vuur.

“So I couldn’t say “no”‘

Posted in Gevoel  by: kaia
September 15th, 2009

But they weren’t there beneath your stare,
And they weren’t stripped ’till they were bare of
Any bindings from the world outside that room.
And they weren’t taken by the hand
And led through fields of naked land
Where any pre-conceived ideas were blown away.
So I couldn’t say “no”.

Missy Higgins - They Weren’t There

Normaal doe ik niet aan songteksten op m’n blog. Ik wil zelf schrijven - daar is dit ding toch voor? Maar eerlijk is eerlijk, de laatste tijd wordt er bar weinig geschreven. Het leven gaat keihard door en ik sta af en toe even te kijken waar de tijd in hemelsnaam naartoe verdwijnt. Waar ik de tijd vandaan moet halen.

Ik ben iemand die het heel moeilijk vindt om zich over te geven. Ik ga de discussie aan, pak de milimeter ruimte die ik krijg en wring er een paar extra vingertjes tussen. Ik heb m’n hele leven precies kunnen doen waar ik zin in had - en dat is nu juist wat ik zo haat. Toch doe ik het. Steeds opnieuw.

Het gebeurt zo gemakkelijk. Op een dag keken Aleron en ik elkaar aan en beseften we dat er eigenlijk geen D/s meer was. En, vooral, dat we dat allebei wél willen. Hij weet niet wat hij met me aan moet, en bij gebrek aan leiding maak ik me sterker en sterker. Onzekerheid, bij hem én bij mij. Hij weet niet hoe hij me moet bereiken. Ik begrijp niet waarom hij me m’n gang laat gaan. Hij ziet het verder en verder doorschieten. Ik voel me minder en minder ‘mezelf’. Ik kan niet in een ‘gewone relatie’ leven.
Opeens drong het door - ik ga hier aan onderdoor. Wat zo mooi was, was bijna weg. En ik heb het nodig.  Ik stuiterde van de muren en was niet te genieten. Huilend en pratend en nog harder huilend. Uitleggend dat ik het gevoel begraven heb, omdat ik sterk moest zijn. Gravend en zoekend en pratend.

Soms vraag ik me af waarom ik mezelf dit aandoe. Deze ups en downs. Soms vraag ik me af waarom liefde niet genoeg is en waarom ik het zo nodig heb om met macht te spelen. Dan denk ik, ‘Hou er toch mee op. Je bent nog jong - dit kun je later makkelijk onder ‘jeugdfoutjes’ schuiven.’ Maar ik kan het niet. Het gevoel is er, en ik kan me er niet eeuwig tegen verzetten.

Dus, heel langzaam, hebben we de verhouding weer ‘omgedraaid’. Heel langzaam word ik rustiger, minder cynisch en minder bitcherig-in-het-algemeen. Ik krijg meer energie, voel me een compleet mens.
En toch, toch zit ergens nog verzet. Ik ben zo doodsbang om kwetsbaar te zijn, maar als ik niet onderdanig ben, ben ik ongelukkig. Dus spring ik van de ene voet op de andere, in een poging een balans te vinden.

En soms vraag ik me af of die balans wel bestaat.

Niet meer vrij

Posted in Verslagen  by: kaia
July 19th, 2009

Ik zit hier met een leeg schermpje voor me, al een paar minuten. Ondertussen speel ik met de ring van m’n collar. M’n collar.
Hij is mooi, hij is zó vreselijk mooi. De hele avond was prachtig. Het verslag staat op het blog van Aleron, en ik moet eerlijk zeggen dat ik het zelf niet zo zou kunnen beschrijven. De hele avond was ik met m’n hoofd in te wolken, toen ik de roos kreeg bleef ik zelfs vrolijk zitten.

De muziek, oh dat prachtige liedje met die mooie tekst. Alerons armen om me heen en z’n handen door m’n haar.
Alerons praatje over de appeltaart die ik de eerste ontmoeting zou komen eten. Onze schommelingen, onze twijfels, ons pad naar juist die avond toe. Ik zie zijn tranen en denk aan Sandra, die zei dat m’n mascara uit zou lopen als ik zou huilen, en dat wil ik niet. Ik wil mooi zijn vanavond, voor m’n Lief.
Op m’n knieën op een kleedje, Alerons handen, weer in m’n haar, de collar om m’n nek. Zijn trillende handen, zijn trillende been waar ik m’n hand op leg. Waar ik me aan vastklamp terwijl hij de collar sluit.
Het tweede liedje, dat ik hem stuurde toen hij een week in Duitsland zat, en we iedere avond huilend aan de telefoon hingen. We werden zo gek zonder elkaar, dat we een familielid van mij hebben laten overlijden (sorry oma) zodat hij een reden had om 2 dagen eerder terug te komen.
De rozen, die we aan elkaar geven en tegen ons aandrukken. Mijn Lief die dit allemaal geregeld heeft, in tranen, mijn handen op z’n wangen.
De mensen, onze lieve vrienden, alle knuffels en felicitaties, en bij sommigen zelfs tranen. De vragen of m’n zenuwen nu minder waren, waarop ik alleen maar kon zeggen: “Het is nu nog erger. Nu begint het pas.”
De waas, terwijl ik cadeautjes uitpakte. Ik voelde me, en voel me nogsteeds, buitensporig verwend :)
Niet alleen een prachtige collar, maar ook een lieve Vriend, geweldige vrienden én cadeautjes. Een tijdje heb ik op de bank gezeten, handjes vastgehouden met vriendinnetjes, genietend van het moment.

Maar uiteindelijk was het een fééstje, en nadat Aleron en een lieve vriendin de meeste hapjes klaar gemaakt hadden, was het echt tijd om eens naar de keuken te gaan en eieren te pellen.

Er was een magische sfeer. Ik voel me mooi en bijzonder en geliefd, op alle mogelijke manieren.
Het was fijn, spannend, intiem en zo veel meer.
Hier droomde ik van, maar het overtrof alle dromen.

Voor Aleron en iedereen die er was: bedankt.
Bedankt voor de cadeautjes, maar nog meer voor het feit dat jullie er wilden zijn en dit wilden delen. Bedankt voor jullie gezelschap en vriendschap.

Bedankt :)

Gewoon houden van

Posted in Verslagen  by: kaia
July 17th, 2009

Ondertussen al een paar weken geleden, maar dit verslagje vond ik ergens in een gedeelde map. Het was een mooi spel :)

________________

Stil maak ik het bed op en ergens hoop ik dat je nog lang onder de douche blijft. Nog heel even rust en hoofd omzetten. Nog heel even gedachten stoppen enzo.

Uiteindelijk kom je toch onder de douche vandaan. ‘t Is niet goed, ik moet je eikel kussen. Dat kun je op dat moment écht vergeten, en gelukkig merk je dat zelf ook. Touw ligt overal door de slaapkamer - waarom ben je niet zuiniger op die mooie spullen? Ergernis, misschien wel omdat het touw te lang al niet gebruikt is voor mijn gevoel.

Op bed in nadu en je komt dichterbij, treitert me door in m’n tepels te knijpen en aan m’n clit te voelen. Als je de canes wil pakken, hou ik je tegen. Deze houding is er niet één die ik lang vol kan houden.

Liggen dan maar, liggen en aaien en zoenen. Dat is fijn, rustig. Op die manier jouw handen over me heen voelen, maakt dat ik me mooi voel. Des te meer van jou en voor jou. Het maakt me opgewonden en klein, bemind. Ik vind het fijn als je op die manier aandacht aan me geeft, me in de stemming brengt en bezit. Mijn hele zijn richt zich op je hand, je hand over m’n buik en m’n dijen en tussen m’n benen. Je maakt er een opmerking over, maar belooft me niets te zullen vragen.

Je haalt de canes tevoorschijn. Het opwarmen is een beetje erg weinig, erg snel, en ik heb het idee dat dat opzettelijk is. Je wil blauwe plekken maken. Ik vind het oké, je mag me tekenen. Zachtjes, wel, alsjeblieft. Je slaat hard, heel hard, en ik moet vragen, stoppen. Je zegt dat dat goed is, maar het voelt fout. Je lokt het uit, doet het erom, maar het voelt zo vreselijk verkeerd om stop te zeggen. Een paar minuten later is de pijn gezakt en kán ik weer, voor m’n gevoel kwam het stop dan te vroeg.

Ik ben in de war als je me begint te neuken. Neuken, slaan met de cane, neuken, slaan. Alles tintelt, je slaat hard en stoot hard. Ik kruip langzaam naar voor maar je houdt me tegen. Alles is glibberig en nat en iedere keer dat je uit me schiet, sla je me harder. Ik huil, maar ik huil vooral als je achter me weggaat. Als je me zo gebruikt, voel ik me van jou.

Je slaat harder, en weer moet ik eigenlijk stop zeggen. De frustratie is enorm en ik bijt op m’n kiezen, op het kussen, ik sla met m’n vuisten en huil, onregelmatig en jammerend. Je blijft doorgaan, en eigenlijk vind ik het stiekem wel fijn. Heel ver ergens van binnen vind ik het fijn als je geen medelijden toont. Soms is het gewoon zo gruwelijk fijn om kapot te gaan van de pijn.

Strelen en aaien en neuken, hard en nog harder, pijnlijk en des te fijner. Het duurt eeuwen en je zoent me. Dat is fijn, geruststellend, jouw gewicht op me, je kus op m’n voorhoofd.
Je komt klaar en helpt me met de vibs. Eigenlijk is het al niet meer nodig - ik ben zo ver weg, het is al bijna te veel. Het gaat snel en alles draait rond. Ergens moet ik stop hebben gezegd. Uit bed zijn gestrompeld en naar het toilet, en daarna tegen je aangekropen. Ik vind het oneindig veilig, tegen je aan, met twee armen om me heen en een hand in m’n haar. Dat is wat ik zou graag wil, bij je zijn, niet lichamelijk maar in je hoofd en in je hart tegen je aan liggen.

Heel even heb ik het idee dat we één lijf hebben. En dat is heerlijk.